Ontginnen van kennis


Waarom werken academische wetenschappers samen met bedrijven? En wat kan dat opleveren voor wetenschapper, patiënt of consument?
 

Waarom samenwerken?

Vlaanderen bezit geen basisgrondstoffen. Traditionele industriële sectoren zoals autoproductie en textiel verschuiven steeds meer richting lageloonlanden. Toch zijn er economische grondstoffen waar we wel over beschikken: kennis en creativiteit. De politiek heeft ervoor gekozen om die te vertalen naar jobs en economische activiteit. Maar hoe? “Alle onderzoekscentra worden door de overheid aangespoord om samen te werken met de bedrijfswereld,” stelt Vlaams minister voor Innovatie Ingrid Lieten in haar beleidsbrief.
 
“De fundamentele opdracht van onderzoekers en bedrijven is complementair,” zegt Johan Cardoen, voorzitter van sectororganisatie FlandersBio en CEO van CropDesign. “Heel wat innovaties komen uit de academische wereld. Daar wordt de basis gelegd. Maar om er economische meerwaarde mee te creëren, heb je bedrijven nodig. Zij bezitten de knowhow en de middelen om veldproeven of klinische testen te organiseren, de dossiers in te dienen bij de regelgevende overheid en het product uiteindelijk te vermarkten.”
 
Ook voor wetenschappers zelf zijn er goede redenen voor samenwerking. “Het is extreem bevredigend wanneer je werk het leven van patiënten of consumenten kan verbeteren,” zegt Rudy Dekeyser, co-managing director van VIB. “Kijk maar naar de klinische proeven met anti-PlGF bij kankerpatiënten door Thrombogenics en Roche. Dat is VIB-onderzoek op weg naar de patiënt.” Samenwerken zorgt ook voor een reality check: wetenschappers leren hun vakgebied bekijken vanuit het perspectief van patiënt of consument. Bovendien krijgen de wetenschappers toegang tot bijkomende financiering voor hun basisonderzoek. Dat laat toe om met meer mensen en met meer middelen aan dezelfde wetenschappelijke vragen te werken.
 
“VIB-wetenschappers lijken overtuigd van het nut van samenwerking. 80% van onze onderzoekers staat in contact met de dienst Techtransfer van VIB,” zegt Dekeyser.
 

Hoe samenwerken?

‘Samenwerking met bedrijven’ is een vlag die vele ladingen dekt. De meest intense vorm is een R&D-overeenkomst over verschillende jaren. Daarin wordt een gezamenlijk onderzoeksprogramma gedefinieerd en worden wetenschappers van beide partijen ingeschakeld. Er moet rekening gehouden worden met de belangen van beide partijen: publicatie, confidentialiteit, productontwikkeling, betalingen en royalties. “Bij VIB gaat het ook in onze samenwerkingen met bedrijven over basisonderzoek dat nieuwe wetenschappelijke inzichten oplevert. Uitwisseling van kennis en ideeën staat centraal. Bedrijven komen naar VIB voor het creatieve luik van onderzoek,” zegt Rudy Dekeyser.
 
Niet elke samenwerking is zo intens. Een bedrijf kan ook een licentie nemen op een octrooi van VIB. De investeringen voor onderzoek en patentering zijn dan al achter de rug. Een bedrijf dat met zo’n uitvinding aan de slag wil, betaalt aan VIB een faire return, die zo veel mogelijk gekoppeld wordt aan succes behaald door het bedrijf in de ontwikkeling van een product. Dat kunnen mijlpaalbetalingen zijn - bijvoorbeeld bij positieve veldproefresultaten of goedkeuring van een marktaanvraag. Bij vermarkting zal er een royalty terugvloeien naar het instituut: een percent op verkoop of de toegevoegde waarde van het product.
 
“Wat we bij VIB nooit doen, is onze wetenschap zomaar ‘verkopen’,” zegt Dekeyser. “Bedrijven waar we mee samenwerken, moeten inzetten op de ontwikkeling van de uitvindingen. Zo proberen we de kans te optimaliseren dat het resultaat van ons wetenschappelijk werk effectief beschikbaar wordt voor patiënt of consument. Daarnaast koppelen we de externe financiering aan succes: hoe beter de uitvinding het doet, hoe hoger de inkomsten voor VIB.”
 

Wat gebeurt er met de resultaten van een samenwerking?

Een veelgehoorde vraag bij samenwerking met bedrijven is hoe het zit met het recht op publiceren. “Dat is een breekpunt bij elke onderhandeling,” zegt Dekeyser. “Voor onze wetenschappers is publicatie prioritair. Ze moeten dan ook akkoord gaan met de voorwaarden verbonden aan publicatie – anders komt er geen samenwerking. We proberen steeds een gezonde balans te vinden tussen publicatie en confidentialiteit.”
 

Na de samenwerking

Na afloop van een samenwerking tussen een wetenschappelijke instelling en een bedrijf volgt meestal nog een lang en peperduur traject. De investering van een bedrijf voor het op de markt brengen van een nieuw biotech-gewas beloopt al gauw 100 miljoen euro en neemt 8 tot 12 jaar in beslag. Voor geneesmiddelen loopt de kost nog veel hoger op. In de biotech business is het een lange weg van ontdekking tot ontginning.
 
Dit artikel verscheen in de VIBnews van 15 september 2011