Wetteren - De rector van de UGent, prof.dr. Paul Van Cauwenberge heeft - op woensdag 4 mei 2011 - het startschot gegeven voor de veldproef met genetisch gewijzigde aardappelen, die bestand zijn tegen de aardappelziekte, veroorzaakt door Phytophthora infestans. De aardappelen maken deel uit van een wetenschappelijke veldproef waarin de werkzaamheid van verschillende combinaties van resistentiefactoren onder Belgische bodem- en klimaatcondities wordt uitgetest.
Het probleem
De aardappelziekte vormt in onze streken de grootste bedreiging voor de aardappelteelt. De ziekte kost de Belgische landbouwers jaarlijks naar schatting ongeveer 55 miljoen euro. De kosten zijn het gevolg van het moeten toepassen van gewasbeschermingsmiddelen en opbrengst- en bewaarverliezen.
De oplossing
De ontwikkeling en teelt van resistente rassen is de beste oplossing om de aardappelziekte het hoofd te kunnen bieden. Conventionele veredelingsinspanningen die tientallen jaren in beslag hebben genomen hebben tot nu toe slechts een zeer beperkt aantal resistente rassen opgeleverd. De meeste daarvan bezitten slechts één resistentiefactor. Het is bekend dat er nu al Phytophthora-isolaten bestaan die door die ene resistentiefactor heen kunnen breken. Het via conventionele weg introduceren van een andere resistentiefactor zou weer tientallen jaren in beslag nemen.
Daarom worden er vandaag ook genetisch gewijzigde, resistente lijnen gemaakt. Genetische modificatie laat immers toe om in één stap en zonder verlies van raseigenschappen meerdere resistentiefactoren tegelijkertijd in te brengen. Het gaat daarbij om dezelfde natuurlijke resistentiefactoren als die via conventionele veredeling worden binnengebracht. Enkel de manier waarop ze geïntroduceerd worden verschilt.
Meervoudige resistenties zijn veel duurzamer dan enkelvoudige resistenties. Als de kans dat een enkelvoudige resistentie doorbroken wordt bijvoorbeeld 1 op 1000 zou zijn, dan is die kans bij een tweevoudige resistentie 1 op 1000 x 1000, en bij een drievoudige resistentie 1 op 1000 x 1000 x 1000. De kans neemt dus exponentieel af.
De wetenschappelijke veldproef
In de wetenschappelijke veldproef die nu opgestart is zullen 27 genetisch gewijzigde lijnen getest worden. Zesentwintig daarvan zijn afkomstig van Wageningen Universiteit & Research Center, en één van BASF Plant Science. Ze bezitten minimaal één en maximaal drie resistentiefactoren. De resistentie van de lijnen zal vergeleken worden met die van belangrijke niet-resistente referentierassen zoals Bintje en Agria, maar ook met in de bioteelt gebruikte resistente lijnen zoals Bionica en Sarpo Mira.