Maïs en zijn minions: hoe microscopisch bodemleven landbouwgewassen helpt groeien

18 mei 2017
​Stien Beirinckx, Sofie Goormachtig, Johan Van Waes & Martine Maes

Van een bloeiende kerselaar in vol ornaat tot de zeldzame aanblik van een bos vol hyacinten: planten kunnen ons fascineren en in vervoering brengen. Maar meestal hebben we enkel oog voor de bovengrondse delen, terwijl het ondergrondse, onzichtbare deel van de plant minstens even fascinerend is. ILVO/VIB-UGent onderzoekster Stien Beirinckx en haar collega’s leggen uit waarom.

Doctoraatstudent Stien Beirinckx (ILVO/VIB-UGent) vertelt: “Micro-organismen kunnen overal gevonden worden in de natuur, plantenwortels zijn hier geen uitzondering op. Plantenwortels en de bodem errond herbergen een ongelofelijke diversiteit en veelheid aan bacteriën. Sommige van die bacteriën kunnen beschouwd worden als echte “plantenhelpertjes”: zij beschermen de plant tegen ziektes of bevorderen plantengroei. Voor maïs werd aangetoond dat sommige bacteriesoorten de maïswortels binnendringen, waar ze de plantengroei sterk kunnen beïnvloeden. Vooral in ons kouder voorjaar zou maïs een duwtje in de rug kunnen gebruiken tijdens de kieming – maïs komt oorspronkelijk immers uit Midden-Amerika.” Via hoogtechnologische technieken brengen de wetenschappers de aanwezige bacteriën in kaart en isoleren ze deze uit de maïswortels en bodem. In gecontroleerde bio-assays, ontwikkeld door het VIB-UGent Centrum voor Planten Systeembiologie en ILVO, gaan de onderzoekers na hoe deze microben plantengroei kunnen stimuleren in koude omstandigheden.

 “Ons doel is de selectie van natuurlijk voorkomende bacteriën die een sterke band hebben met maïs en die een plantengroei-bevorderende werking hebben onder koude omstandigheden,” vult Sofie Goormachtig (VIB-UGent) aan. “Door zaden vooraf te behandelen met deze bacteriën, willen we de kieming in het voorjaar verbeteren, wanneer het nog behoorlijk koud kan zijn. We hopen ook dat de ontwikkeling in de jeugdfase sneller verloopt en dat de ziektegevoeligheid teruggedrongen wordt.”

Martine Maes (ILVO) licht toe: “Biotechnologisch onderzoek zoals dat van Stien kan leiden tot effecten op het vlak van maïsopbrengst. Je mag niet vergeten dat maïs eigenlijk een subtropisch gewas is, en dus bijzonder gevoelig aan koude en vorst, vooral tijdens de kieming en jeugdgroei. Zoals we enkele weken geleden al aan den lijve ondervonden hebben, kan voorjaarsvorst zware gevolgen hebben voor de land- en tuinbouw.” Daarom wordt maïs vrij laat geplant, maar daardoor wordt ook de groeiperiode sterk beperkt.

“Bodembacteriën die jonge plantjes beschermen kunnen het verschil maken: een langer groeiseizoen en gezondere planten zorgen voor meer opbrengst en ook voor lagere droogkosten voor de boer,” besluit Martine.
 
 

 Stien legt haar onderzoek uit

 
 
________

Dit onderwerp zal aan bod komen tijdens de VIB Conference: 'At The Forefront Of Plant Research'
 ​​​


Sofie Goormachtig en Stien Beirinckx

​ ​​