TNF als kankermedicijn

Onderzoeker:  Claude Libert (UGent)

​TNF (tumor necrosefactor) lijkt een veelbelovend kankermedicijn. Het doet kankercellen afsterven. Maar voorlopig  heeft het nog ernstige bijwerkingen. Claude Libert en zijn team zoeken naar een manier om die bijwerkingen te verminderen.
 

TNF doet tumoren verschrompelen

Van zodra cellen uit het afweersysteem een infectiehaard ontdekken, beginnen ze TNF aan te maken. Die stof zorgt ervoor dat de wand van de bloedvaten beter doordringbaar wordt, waardoor witte bloedcellen sneller bij de infectiehaard geraken. Daar kunnen ze indringers, zoals virussen of bacteriën, opruimen. Maar TNF vernietigt ook tumoren. Het zorgt ervoor dat de kankercellen afsterven.
 
Helaas heeft het gebruik van TNF als kankermedicijn ook een schaduwzijde. De stof veroorzaakt onder andere een ernstige bloeddrukdaling, daling van de lichaamstemperatuur, shock en ontstekingen in lever en nieren. Met zoveel neveneffecten is het moeilijk om door te breken als kankermedicijn. Daarom is TNF alleen geschikt voor lokale kankerbehandelingen waarbij het mogelijk is om de verspreiding ervan in de rest van het lichaam te vermijden, bijvoorbeeld bij grotere tumoren in de ledematen. De arm of het been wordt stevig afgebonden, waarna de aders in en rond de tumor worden gespoeld met een mengsel van TNF en eventueel een ander geneesmiddel.
 

Zink en hitte beperken bijwerkingen van TNF

Om TNF te kunnen inzetten bij andere tumoren, zoeken Claude Libert en zijn team uit welke factoren een invloed hebben op TNF. Zo ontdekten zij dat bepaalde eiwitten (MT1 en MT2) gelinkt zijn aan de bijwerkingen van TNF. Onderzoek leerde dat MT1 en MT2 betrokken zijn bij het in evenwicht houden van de hoeveelheid zink in het lichaam. Experimenten bij muizen geven aan dat een flinke dosis zink in ieder geval de nevenwerkingen van TNF voorkomt. Meer nog, een gecombineerde kankerbehandeling met onder meer TNF en een flinke dosis zink, deed muizen een stuk langer leven dan hun soortgenoten die geen behandeling kregen.
 
Ook een ander eiwit, het ‘heat shock’-proteïne Hsp70, zorgt ervoor  dat de bijwerkingen van TNF worden ingeperkt. Dit eiwit beschermt de cel tegen biologische stress als UV-straling, warmte, zware metalen en infecties. Proefdieren die aan warmte worden blootgesteld, blijken veel minder gevolgen te ondervinden van een TNF-behandeling.
 

Batimastat tegen leverschade

Naast acute bijwerkingen leidt TNF ook tot leverschade. Onderzoek van Libert en zijn team toonde aan dat de stof batimastat deze leverschade sterk kan beperken.
 
De hoopvolle experimenten bij muizen garanderen nog niet dat TNF in combinatie met zink, warmtetherapie of batimastat ooit succes zal kennen als kankerbehandeling bij de mens. Daarvoor moeten er nog talrijke experimenten worden uitgevoerd. Maar toch zijn Libert en zijn medewerkers ervan overtuigd dat ze interessante aanknopingspunten hebben gevonden om af te rekenen met de nefaste bijwerkingen van TNF.
 

 Verwante onderzoeken aan VIB

 
 

 Nieuws