Leukemie

Onderzoeker:  Jan Cools (KU Leuven)

Jan Cools en zijn team onderzoeken welke moleculaire wijzigingen de basis vormen  van leukemie. Vooral de manier van  groei en verspreiding van kankercellen nemen de wetenschappers onder de loep.
 


Leukemie

Witte bloedcellen zorgen in ons lichaam voor de bestrijding van vreemde indringers zoals virussen en bacteriën. Bij leukemie of beenmergkanker is er een storing in de vorming van witte bloedcellen. De cellen in het beenmerg die normaal uitgroeien tot witte bloedcellen, nemen ongecontroleerd in aantal toe door een ontsporing tijdens het rijpingstraject. Deze woekering kan verschillende weefsels aantasten en de productie van normale bloedcellen in het beenmerg in het gedrang brengen. Een tekort aan witte bloedcellen maakt patiënten gevoeliger voor infecties.
 

Verschillende vormen van leukemie

We onderscheiden verschillende vormen van leukemie naargelang het type bloedcel dat betrokken is en de snelheid waarmee de kanker groeit. Het team van Jan Cools bestudeert chronische eosinofiele leukemie (CEL), een genetisch minder complexe vorm van leukemie, en T- cel acute lymfatische leukemie (T-ALL), een meer complexe vorm.
 

Chronische eosinofiele leukemie (CEL)

CEL is een zeldzame vorm van leukemie met een overproductie van eosinofielen - een bepaald type witte bloedcellen. Op termijn veroorzaken de eosinofielen schade aan het hart, de huid en het centraal zenuwstelsel. Een fout werkend eiwit (een tyrosine-kinase) ligt aan de basis van CEL. In de strijd tegen CEL zetten we stoffen in die dit eiwit remmen. Imatinib is zo’n remmer en een efficiënt geneesmiddel tegen CEL. Recent onderzoek toonde echter aan dat na verloop van tijd weerstand  kan ontstaan, waardoor deze vorm van leukemie onbehandelbaar wordt. Dit zet onderzoekers aan op zoek te gaan naar alternatieven.

Het team van Jan Cools ontdekte sorafenib als een alternatief geneesmiddel voor leukemie. Sorafenib werd reeds gebruikt als een behandeling tegen andere vormen van kanker.
 

T-cel acute lymfatische leukemie (T-ALL)

Bij T-ALL ontstaat een ophoping van onvolgroeide cellen die normaal tot T-lymfocyten zouden uitgroeien. T-ALL is de meest voorkomende kanker onder 14 jaar. Men weet al langer dat T-ALL enkel ontstaat als er fouten voorkomen in verschillende genen tegelijkertijd. Jan Cools en zijn team richten zich niet alleen op het identificeren van genen die aan de basis liggen van het ontstaan van T-ALL. Zij identificeerden de oncogenen MYB en PTPN2 - maar ook op het ontrafelen van welke combinaties aanleiding geven tot T-ALL.

Figuur: verlies van het gen PTPN2 in patiënten met T-ALL.

Deze figuur toont een analyse van de regio waar het gen PTPN2 gelegens is in 13 T-ALL patiënten. In de patiënten 1, 8 en 13 is de regio normaal: daar is de kleur meestal wit, wat aantoont dat er geen afwijkingen zijn. In de andere patiënten is de kleur ter hoogte van het PTPN2 gen blauw, wat aantoont dat dit stukje DNA verloren is gegaan, en dus het gen PTPN2 verloren is in het DNa van de leukemiecellen.
 

 Verwante onderzoeken aan VIB

 
 

 Nieuws