Geneesmiddelen en vaccins

Artsen proberen ons te genezen, of beter zelfs gezond te houden. In heel wat van de middelen die ze daarvoor inzetten, speelt biotechnologie een belangrijke rol. Zo zijn er al meer dan 250 biotechgeneesmiddelen op de markt verkrijgbaar en vertegenwoordigen ze 20% van het totaal aan geneesmiddelen. Van de geneesmiddelen die in ontwikkeling zijn, wordt de helft gemaakt met behulp van biotechnologie.
 

Vaccins

Als het kan, is het beter een ziekte te voorkomen dan te genezen door je te laten vaccineren. Vaccins maken je lichaam paraat tegen een bepaalde ziekte: dan kan je een infectie met de ziekteverwekker de baas. Een vaccin tegen hiv bestaat (nog) niet, maar je kan je al wel laten vaccineren tegen heel wat andere ziektes zoals mazelen, polio of griep.
 

Het genezen van ziektes

De biotechnologie heeft reeds een schat aan nieuwe geneesmiddelen opgeleverd. Er zijn momenteel twee grote groepen biotechgeneesmiddelen:
  • Recombinante eiwitten: menselijke eiwitten die aangemaakt worden door genetisch gewijzigde micro-organismen en die als geneesmiddel kunnen worden toegediend. Bijvoorbeeld insuline voor diabetici (beter gekend als onder andere Humuline®, Actrapid®, Lantus® en Levemir®).
  • Therapeutische antilichamen: antilichamen die ingezet worden als geneesmiddelen, omdat ze zeer specifiek met hun doelwit binden. Bijvoorbeeld anti-TNF voor de behandeling van reumatoÏde arthritis (beter gekend als Remicade®, Enbrel® en Humira®).

Gezondheidszorg op maat van de patiënt

Onze individuele verschillen maken dat niet elk geneesmiddel voor iedereen even efficiënt werkt. Vaak werken geneesmiddelen maar bij een beperkt aantal patiënten. Hoe weet je nu welk geneesmiddel voor welke patiënt werkt? Met biomerkers kan je de verschillen tussen de patiënten in kaart brengen en vooraf testen welke therapie het best past bij de verschillende patiëntengroepen.
 

De weg naar een nieuw geneesmiddel

De weg die een molecule aflegt om het tot een erkend geneesmiddel te brengen, is lang en complex. Voor het op de markt komt moet elk kandidaat-geneesmiddel immers grondig geëvalueerd worden.



VIB-onderzoek: