Voorbeelden van biotechnologie in voeding

Biotechnologie wordt, naast industriële toepassingen, veelvuldig gebruikt bij de productie van voedsel. Enkele voorbeelden:
 

Beter brood bakken

Gist laat deeg rijzen, waardoor brood lekker luchtig wordt. Gist zet suikers in het deeg om in koolzuurgas. Maar bloem bevat te weinig suikers voor een optimale gasontwikkeling. Daarom voegt men aan het deeg amylase toe. Amylase zet het zetmeel uit de bloem om in suikers. De gist in het deeg kan daarmee aan de slag, met als resultaat een brood dat meer volume heeft. Amylase zorgt daarenboven voor makkelijker kneedbaar deeg, een bruinere korst en langer houdbaar brood.
 
Deeg is soms (te) kleverig. Dit komt omdat zemelen (de taaie buitenhuid van de graankorrels) lange complexe suikerketens bevatten die als lijm werken. Deze ‘lijm’ bemoeilijkt het proces van rijzen en bakken. Daarom voegt de bakker vaak xylanase toe. Het enzym wijzigt de suikerketens en heeft een gunstige invloed op het volume, de kruimelstructuur en de houdbaarheid van brood.
 

Sappiger sap en klare wijn

Bij het persen van een sinaasappel is het vaak een hele klus om al het sap eruit te krijgen. Dan zwijgen we nog van het persen van een appel! Voor industriële productie moet fruit tot het allerlaatste druppeltje uitgeperst worden. Dit kan met pectinase. Het enzym breekt de pectine af die van nature in de celwand van planten zit. Pectine is een soort kleefstof die de cellen aan elkaar houdt. Zonder pectine wordt de celwand zachter en levert persen meer sap op. De vruchtensapindustrie maakt er al zestig jaar gebruik van.
 
Na een pectinasebehandeling ziet vruchtensap er door de achterblijvende resten van pectine en zetmeel wel nog troebel uit. Hier bieden amylase en een ander type van pectinase de oplossing. Ze breken het zetmeel en de pectine af, waardoor het sap makkelijk te filteren en weer helder te maken is.
 
Ook in de wijnindustrie wordt pectinase gebruikt. Brouwers gebruiken voor het behoud van kleur en helderheid van de wijn.
 

Kalvervriendelijke kaas dankzij biotech-chymosine

Om kaas te maken gebruikte men vroeger het maagsap van jonge kalveren. Tijdens hun eerste levensweken produceren heel wat zogende dieren chymosine. In hun maag maakt chymosine een stof in melk onoplosbaar, waardoor de melk niet direct uit de maag kan wegstromen. Zo hebben de jonge dieren meer tijd om de melk te verteren en er alle nuttige voedingsstoffen uit te halen. Naarmate ze minder melk drinken, maken dieren ook minder chymosine aan. De kaasindustrie maakt volop gebruik van chymosine voor de eerste stap in de kaasproductie: het ‘stremmen’ (laten samenklonteren) van de melk. Terwijl men vroeger het enzym uit kalvermagen haalde, wordt de chymosine nu in grote hoeveelheden industrieel geproduceerd.
 

Phytase en β-glucanase in veevoer

Phytase breekt fytaat af dat van nature in veevoer zit. Dieren hebben moeite om dit fytaat af te breken. Daarom kunnen zij de fosfor die in het fytaat zit niet benutten. Door phytase aan het voer toe te voegen, moet er minder fosfor aan het voer toegevoegd worden en komt er minder fosfaat in de mest terecht.

Door te veel granen in hun voeding kunnen kippen last krijgen van kleverige uitwerpselen of ‘sticky droppings’. Dit kan leiden tot gezondheidsproblemen en is ook al niet prettig voor degene die de eieren mag rapen. Een gevarieerde voeding en toevoeging van het enzym β-glucanase kunnen de sticky droppings voorkomen. Het resultaat: gezondere kippen en schonere eitjes!

 

 Educatief

 
 

 Nieuws