Invloed van genetisch gewijzigde gewassen op natuur en milieu

De introductie van genetisch gewijzigde gewassen in het milieu roept heel wat vragen op. Wat zijn de gevolgen voor de natuur en biodiversiteit? Welke milieuvoordelen zijn er verbonden aan de teelt van genetisch gewijzigde gewassen? En welke nadelen? Wat zijn de verschillen tussen genetisch gewijzigde en niet-genetisch gewijzigde gewassen?

Het is onmogelijk om algemene uitspraken te doen over de veiligheid van genetisch gewijzigde gewassen. De enige juiste aanpak is om dit geval per geval te evalueren. De potentiële risico’s van een genetisch gewijzigde gewas hangen af van de nieuwe eigenschappen van het gewas in kwestie en van de omstandigheden waarin het wordt gebruikt. Ze allemaal als gevaarlijk afschilderen is onjuist. Net zoals het ook niet mogelijk is om alle genetisch gewijzigde gewassen als veilig te klasseren.

Vooraleer een gewas in de Europese Unie wordt toegelaten, wordt het uitgebreid gescreend op veiligheidsaspecten. De wetgeving over de veiligheid van genetisch gewijzigde gewassen is verankerd op niveau van de Europese Unie, en stelt voedselveiligheid en het milieu prioritair.


VIB's analyse van de rattenstudie van Séralini.

Analyse scientifique de VIB de l'étude chez le rat de Séralini.

 

 


 

Veel gestelde vragen:

Welke effecten kan het telen van genetisch gewijzigde gewassenhebben op andere organismen?

Elke vorm van landbouw heeft een impact op de levende wezens die op en rond de akker leven. De introductie van een nieuw gewas kan een positieve of een negatieve invloed hebben op deze organismen.

Hoe kunnen planten andere organismen onbedoeld beïnvloeden? Enkele voorbeelden:

  1. De nieuwe stof in de transgene plant is giftig voor een (nuttig) insect, dat sterft door van de plant te eten. Anderzijds kan een lieveheersbeestje, dat geen plantenmateriaal eet, op zijn beurt wel sterven door bladluizen te eten die op hun beurt een gifstof gegeten hebben.
  2. Een veld met een transgeen gewas hoeft niet meer geploegd te worden. Dit kan betekenen dat wormen en insecten die in de bodem leven, niet aan de oppervlakte worden gebracht en vogels ze niet opeten. Voor de insecten en wormen die de vruchtbaarheid van de bodem bevorderen is dat een goede zaak, voor vogels die het voorheen wat makkelijker hadden niet.
  3. Een veld met schimmelresistent aardappelen hoeft niet meer bespoten te worden met een bepaald fungicide. Dat spaart heel wat spuitbeurten met schimmelwerende stoffen. 

 

Hoe kunnen genetisch gewijzigde gewassen zich verspreiden in de natuur?

Verspreiding via zaden
Zaden van het gewas verspreiden zich buiten de akker en zouden kunnen uitgroeien tot een nieuwe plant. De kans dat deze plant overleeft, is echter klein. Veel gewassen, zoals maïs, zijn door jarenlange inspanningen van de mens zodanig veredeld dat ze niet meer opgewassen zijn tegen hun natuurlijke vijanden. Ze maken in de natuur geen schijn van kans meer. De waarschijnlijkheid dat een extra eigenschap in een transgene maïs hier iets aan verandert, is dan ook klein. Bij andere gewassen, zoals koolzaad en grassen, ligt het moeilijker. Omdat deze planten makkelijker in de natuur kunnen overleven, zou de toevoeging van één nieuwe eigenschap een ongewenst effect kunnen uitoefenen.

Verspreiding via stuifmeel
Landbouwgewassen, of ze nu genetisch gewijzigd zijn of niet, kunnen erfelijk materiaal—en dus eigenschappen—uitwisselen met planten in de vrije natuur. Dat is alleen mogelijk wanneer in de omgeving van de akker verwante soorten van het landbouwgewas voorkomen, zodat de gewassen kunnen kruisen. In Europa is dat voor lang niet alle landbouwgewassen het geval. Maïs, aardappelen, tomaten en bonen, bijvoorbeeld, hebben geen natuurlijke kruisbare verwanten in Europa. Gewassen als koolzaad, suikerbieten en wortelen echter wel.

De mogelijke effecten op de natuur worden geval per geval bestudeerd tijdens de risicobeoordeling.
 

Kunnen genetisch gewijzigde, conventionele en biologische landbouw naast elkaar bestaan (coëxistentie)?

Bij het telen van gewassen bestaat de kans dat er zaad terecht komt op een naburig veld of dat er stuifmeel overvliegt. Dit geeft vermening van de gewassen.

De Europese Unie wil dit fenomeen tot een minimum beperken als het gaat om genetisch gewijzigde gewassen, dit om de integriteit van de conventionele en biologische teelten niet aan te tasten. Daarom werden er regels vastgelegd over informatie-uitwisseling tussen landbouwers onderling en over praktische teeltmaatregelen om de vermenging te beperken. Landbouwers ometen de keuzevrijheid hebben om hun favoriete gewas te telen, of het nu om genetisch gewijzigde, conventionele of biologische teelt gaat.

Het naast elkaar bestaan van biotechnologische en andere vormen van landbouw wordt coëxistentie genoemd.
 

Welke eigenschappen vormen een risico?

Lang niet alle eigenschappen vormen een risico. Genen die planten bestand maken tegen een onkruidverdelger zijn in principe geen probleem: ze spelen alleen een rol wanneer het herbicide wordt gebruikt, wat in de vrije natuur niet het geval is. Genen die planten bestand maken tegen schimmels, virussen of bacteriën kunnen wel een probleem vormen, echter alleen wanneer ook de wilde planten door de ziekte worden geteisterd en de ziekte een bepalende factor is voor het aantal wilde planten dat in de natuur voorkomt.

Specialisten onderzoeken elk nieuw gewas op zijn mogelijke weerslag op de natuur. Pas wanneer zij oordelen dat er geen gevaar bestaat, wordt het licht op groen gezet.

 

Via welke procedures wordt de toelating van genetisch gewijzigde gewassen geregeld?

Een modern genetisch gewijzigd gewas mag niet zomaar op de markt. De Europese wetten inzake voedselveiligheid en milieuveiligheid schrijven strikte procedures voor. 

Wat is de reglementering voor conventionele rassen?

Zowat alle nieuwe conventionele rassen mogen op de markt zonder voorafgaande veiligheidstest.
Met rassenproeven gaat men wel een aantal aspecten na:

  • Onderscheidbaarheid
    Ze moeten anders zijn dan bestaande rassen.
  • Homogeniteit
    Hun zaden moeten planten voortbrengen die allemaal gelijk zijn.
  • Bestendigheid
    Ze mogen hun kenmerken niet na een tijdje verliezen.

Gezien de 'gebruikservaring' vereist men geen veiligheidstest voor deze rassen. Toch zijn er conventionele rassen van de markt gehaald omdat ze schadelijk waren. Dit was bijvoorbeeld het geval voor bleekselderij, waarin een bepaalde gifstof van nature in te hoge concentraties aanwezig was.

 

 Educatief

 
 

 Nieuws