Insectresistente gewassen

Insectresistente gewassen zijn planten die genetisch zijn aangepast om een hun eigen insecticide (vaak Bt-toxines) te produceren. Dat insecticide is giftig voor de belangrijkste plaagsoorten van het gewas. Die kunnen zorgen voor een sterke daling van de opbrengst van het gewas. Dankzij de insectresistentie wordt bespaard op insectenverdelgende middelen: een economisch voordeel voor de landbouwer en een ecologisch voordeel voor het milieu.
 

Bt-toxine, het meest gebruikte natuurlijke insecticide bij de biotechnologische landbouw

Een zwerm insecten kan ernstige schade berokkenen aan een gewas. De schadelijke veelvraten worden in de landbouw dan ook met een heel arsenaal aan insecticiden te lijf gegaan. Sommige daarvan zijn schadelijk voor mens en milieu. Andere zijn milieuvriendelijker: de bodembacterie Bacillus thuringiensis (Bt), bijvoorbeeld. Bt is een verdelger die al veertig jaar gebruikt wordt in de biologische landbouw. De bodembacterie maakt eiwitten (Bt-toxines) die giftig zijn voor sommige insecten, maar onschadelijk voor andere organismen, inclusief de mens. Het probleem is evenwel dat Bt bij het sproeien niet altijd op de juiste plaats terechtkomt. Biotechnologen hebben de genen voor de Bt-toxines uit de bacterie gehaald en ze binnengebracht bij gewassen, waardoor die bestand worden tegen insectenvraat.
 
Zo zijn er bijvoorbeeld katoenplanten gemaakt die opgewassen zijn tegen de bolworm. Deze rups veroorzaakt een van de meest voorkomende en hardnekkigste plagen op katoen en kan tot zeer grote oogstverliezen leiden. Vooral boeren in ontwikkelingslanden zijn hier het slachtoffer van. De bolworm is gevoelig voor Bt en vergist zich dus deerlijk als ze zich te goed wilt doen aan een transgene katoenplant. De Bt-toxines die deze plant aanmaakt, zijn dodelijk voor het insect, terwijl de plant ongestoord verder groeit. Dit weerspiegelt zich duidelijk in de opbrengst: in zowat alle landen waar Bt-katoen is ingevoerd is die met 10 tot 50% gestegen, ook in landen waar men voordien een hoog pesticidenverbruik had.
 

Bt-katoen in India

In India is de katoenopbrengst met meer dan 50% gestegen waardoor het nu katoen exporteert waar het vroeger importeerde. De ongeveer 4 miljoen Indiase Bt-katoenboeren hebben hun levensstandaard ook significant kunnen verbeteren. Zij hebben bijvoorbeeld een hogere vaccinatiegraad en een betere toegang tot sociale voordelen zoals onderwijs.
 
In Australië en Argentinië is vier vijfde van de geteelde katoen transgeen, in ontwikkelingslanden als China, India, Zuid-Afrika en Mexico, is dit ongeveer de helft. 
 
De boeren volgen goede landbouwpraktijken om te voorkomen dat er snel Bt-resistente insecten zouden ontstaan.
 
Naast insectresistentie worden er ook gewassen met andere wijzigingen geteeld: zoals bijvoorbeeld herbicidetolerantie virusresistentie, gewijzigde vetzuursamenstelling en vertraagde vruchtrijping.
 

 Educatief

 
 

 Nieuws