Wereldwijd worden miljoenen hectare genetisch gewijzigde gewassen (GGG's) geteeld. Dat zijn gewassen waarvan het genetisch materiaal is gewijzigd door middel van biotechnologie. De belangrijkste genetisch gewijzigde gewassen zijn soja, maïs, katoen en koolzaad. De belangrijkste transgene eigenschappen zijn herbicidetolerantie en insectresistentie. Kleinere genetisch gewijzigde gewassen zijn rijst, suikerbiet, papaya, en aardappel. Een minder voorkomende transgene eigenschap is virus-resistentie.
Geschiedenis
De eerste genetisch gewijzigde plant dateert uit 1983. Ruim 10 jaar later, in 1994, werd de eerste genetisch gewijzigde plant op commerciële schaal verbouwd. Dit was een tomaat die rijpte zonder snel zacht te worden. Deze tomaat stond bekend als de FlavrSavr. De eerste grootschalige teelt van genetisch gewijzigde gewassen gebeurde in 1996. Toen werd de herbicidetolerante soja van Monsanto in de Amerikaanse landbouw geïntroduceerd. In de herfst van 1996 bereikten de eerste schepen met genetisch gewijzigde soja de Belgische havens.
Teelt vandaag
Sindsdien heeft de teelt van genetisch gewijzigde gewassen een enorme vlucht genomen. In 2009 werden er wereldwijd 134 miljoen ha. genetisch gewijzigde gewassen verbouwd. Dit is net zoveel als het totale landbouwareaal van de 27 EU-lidstaten samen. Het zwaartepunt van de teelt ligt in Noord- en Zuid-Amerika. Maar ook in Australië, Azië en Afrika worden genetisch gewijzigde gewassen verbouwd. In Europa is het areaal genetisch gewijzigde gewassen beperkt tot een kleine 100.000 ha. Er zijn in Europa maar twee genetisch gewijzigde gewassen voor teelt toegelaten: MON810 insectresistente maïs en de Amflora-aardappel.
Meer info: