Interview met Kris Peeters - Vlaams minister van landbouw

"Biotechnologie is van essentieel belang om een antwoord te bieden op de grote uitdagingen waar de landbouw voor staat."

Vindt u dat de landbouw een rol moet spelen in de productie van biobrandstoffen?
Naast de traditionele functies (de productie van voeding, veevoeder en vezels voor de industrie) heeft landbouw gaandeweg meer taken gekregen, zoals de productie van biobrandstof. Gezien fossiele brandstoffen eindig zijn, moeten we op zoek naar duurzame alternatieven. Landbouwgrondstoffen kunnen daar een rol in spelen. Maar het blijft natuurlijk in de eerste plaats dé taak van de landbouw om de stijgende wereldbevolking – we zullen met 9 miljard mensen zijn in 2050 – te voorzien van betaalbaar voedsel.

We moeten streven naar een goed evenwicht tussen de verschillende opdrachten van de landbouw, zodat de productie van betaalbaar voedsel niet in het gedrang komt. De landbouwoppervlakte is beperkt. Dus hoe minder er nodig is voor de productie van biobrandstof, hoe beter. Vandaar dat ik sterk geloof in de zoektocht naar nieuwe technologieën, zoals de VIB-populieren (n.v.d.r. genetisch gewijzigde populieren die makkelijker inzetbaar zijn voor bio-ethanolproductie). Als overheid moeten wij deze evoluties mogelijk maken en er een kader voor vastleggen. Het is aan de landbouwers zelf om in te spelen op de opportuniteiten die ontstaan door nieuwe technologieën of nieuwe behoeften.
 
Wat is uw toekomstvisie over de rol van biotechnologie in de Vlaamse landbouw?
Biotechnologie speelt een heel belangrijke rol. Om te weten hoe de Vlaamse landbouw zal evolueren, moeten we kijken naar het Europese niveau. We werken immers aan een nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid met een grote focus op het voeden van de stijgende wereldbevolking. Aangezien de landbouwoppervlakte niet zal toenemen, moet je resoluut kiezen voor duurzame en intensieve landbouw om de gronden zo efficiënt mogelijk te bewerken.
 
Vlaamse landbouwers slagen er al in om topproducten te leveren op een beperkte oppervlakte. Intensief en duurzaam is niet alleen voor Vlaanderen, maar ook voor de rest van de wereld, de uitdaging. En hierbij is de ondersteuning van biotechnologie van essentieel belang. Zowel bij de zoektocht naar gewassen die in minder ideale omstandigheden opbrengst kunnen leveren, als bij ons streven naar een zo beperkt mogelijk gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, helpt biotechnologie ons al, en kan het ons nog meer helpen.
 
Over biotechnologie – en zeker over genetisch gewijzigde gewassen – worden er best afspraken gemaakt op Europees en wereldniveau. De uitdagingen zijn zo groot dat er een gemeenschappelijk kader nodig is.
 
Hoe passen basisonderzoek en veldproeven hierin?
Biotechnologie heeft heel wat potentie, ook niet-wetenschappers en het beleid erkennen dat. En die potenties moeten in eerste instantie door de wetenschappers onderzocht worden met experimenten en veldproeven. Dit moet in alle objectiviteit met een aantal randvoorwaarden gebeuren. Ik besef dat het in Vlaanderen gevoelig ligt, maar wij moeten – ook vanuit het beleid – de wetenschap heel duidelijk zijn werk laten doen. Het onderzoek kan argumenten aanleveren voor een politiek en maatschappelijk debat. Je kan geen sereen debat voeren als de wetenschappelijke experimenten niet uitgevoerd zijn.
 

VIB-ONDERZOEK

Duurzame productie van bio-energie met behulp van genetisch gewijzigde populieren.
 
VIB-wetenschappers wijzigden de houtsamenstelling van populieren, zodat het populierenhout makkelijker om te zetten is naar bio-energie. Houtgewassen zoals wilg en populier kunnen een bron zijn voor hernieuwbare grondstoffen en energie. Deze bomen zijn extra interessant omdat ze op arme gronden kunnen groeien die onbruikbaar zijn voor voedselproductie.
 
Maar de omzetting van hout naar bio-energie is lastig. Dit komt omdat één van de drie hoofdcomponenten van hout (lignine) de omzetting van de andere twee hoofdcomponenten (cellulose en hemicellulose) naar suikers bemoeilijkt. Het lignine zit letterlijk in de weg. Om de omzetting naar bio-ethanol efficiënter te maken, hebben VIB-wetenschappers populieren zo gewijzigd dat ze minder lignine aanmaken.
 
Na positieve resultaten in de serres, werden de populieren in een veldproef buiten geplant. Planten gedragen zich immers anders in een serre dan in het veld waar ze blootgesteld worden aan weersinvloeden, seizoenen, een diepe bodem en ziekteverwekkers. De veldproef moet de ultieme test zijn om na te gaan of hout van bomen effectief  ingezet kan worden voor een efficiëntere productie van bio-ethanol.
 
De eerste resultaten in 2010 waren alvast positief: per gram droog hout lag de opbrengst van bio-ethanol voor deze bomen tot 81% hoger dan voor bomen met ongewijzigde lignineproductie.  

 © VIB,2012