Gist

Gist is de naam voor een aantal micro-organismen waarvan de gewone biergist (ook gekend als bakkergist) de bekendste vertegenwoordiger is. Gisten zijn eencellige schimmels en onderscheiden zich van bacteriën door het bezit van een celkern en het feit dat ze flink wat groter zijn. Saccharomycesgisten (en sommige andere) zijn in staat om glucose te ontleden en deze om te zetten in alcohol en koolzuurgas.
 

Ook gist is gedomesticeerd

Als je mensen in de straat zou vragen om voorbeelden te geven van hoe de mens andere levende wezens getemd en gebruikt heeft, krijg je steevast hetzelfde antwoord: vee zoals koeien, paarden, en buffels, en landbouwgewassen zoals tarwe, rijst en aardappels. Hierbij wordt één van onze oudste en belangrijkste bondgenoten steeds over het hoofd gezien.

Letterlijk, want gistcellen zijn slechts 5 honderdsten van een millimeter groot, en dus kunnen we niet met het blote oog zien hoe deze kleine cellen suikers omzetten in alcohol en koolstofdioxide. Toch werden gisten al tijdens de oudheid gedomesticeerd, samen met vee en landbouwgewassen. Eerst gebruikten de mensen de natuurlijke flora van gisten die in deeg of druivensap terecht kwamen. Al snel ging men kleine restjes van goed gefermenteerd deeg, wijn of bier bewaren om bij ene volgende productiecyclus te voegen.

Zonder echt goed te beseffen wat er gebeurde, selecteerden en hergebruikten onze voorouders zo de beste bakkers-, bier- en wijngisten. Door die gisten telkens te hergebruiken voor dezelfde producten, konden de cellen zich optimaal aanpassen aan die kunstmatige omstandigheden. Er traden genetische veranderingen op die de cellen verbeterden. Zo werden de "wilde" gisten uiteindelijk "getemd". Dit proces van verbetering van industriële gisten is nog steeds bezig. Evolutie kent immers geen eindpunt.
 

Van bier naar geneeskunde

Gistcellen zijn niet alleen uiterst geschikt voor de productie van drank en voedsel. Ze zijn ook één van de belangrijkste modelorganismen voor genetisch en geneeskundig onderzoek. Gistcellen zijn erg vergelijkbaar met een vereenvoudigde versie van menselijke cellen. Langs de andere kant hebben ze ook karakteristieken die het heel makkelijk maken om genetische experimenten uit te voeren. Zo vermenigvuldigen gistcellen zich heel snel, hebben ze een genoom dat 100 keer kleiner is dan dat van de mens, en zijn ze erg eenvoudig genetisch te veranderen. Het is daarom eenvoudiger om bepaalde biologische processen te ontrafelen in gistcellen, en die principes dan te testen op mensen. Zo werden de fundamenten van kanker en de dolle koeienziekte grotendeels in gistcellen ontdekt.