De cel en eiwitten

De cel is de basis van het leven

Cellen zijn minuscuul klein en liggen aan de basis van alle leven. De mens heeft zo'n tienduizend miljard cellen. Onze cellen zijn georganiseerd in weefsels die op hun beurt samenwerken in organen (zoals een spier, een nier of een hart): vandaar dat ze allemaal hun eigen specifieke functie en vorm hebben. Een hartcel heeft immers heel andere taken dan een levercel.


De cel zet zijn eiwitten in

Binnen de cel zelf heb je ook nog verschillende functies. Die functies worden uitgeoefend door de eiwitten. Elke cel produceert duizenden verschillende eiwitten, omdat er voor elke celfunctie één of meer eiwitten nodig zijn. Eiwitten heb je bijvoorbeeld nodig om zuurstof te vervoeren, om suiker af te breken, om je spieren te bewegen… Ook voor complexe hersenactiviteiten, zoals waarnemen, onthouden, herinneren, rekenen, plannen en coördineren staan eiwitten in.
 

Cellen maken enkel de nodige eiwitten aan

Maar hoe weet een cel welk eiwit nodig is? Elke cel in je lichaam, of het nu een huidcel, een bloedcel, of een celletje uit een haarwortel van je kleine teen is, bevat exact dezelfde genetische info. En toch gebruikt de cel enkel de genetische info voor de eiwitten die het nodig heeft.
 

Eentje wordt veel...

Een meercellig organisme zoals een mens ontstaat uit één cel: een bevruchte eicel. Om die eenling uit te laten groeien tot een organisme van miljarden cellen, moeten cellen zich delen. Bij een celdeling verdeelt één cel zich in twee identieke dochtercellen, een fenomeen dat zich herhaalt en herhaalt en herhaalt en....
 

Cellen specialiseren zich

Om tot een volwaardig individu te ontwikkelen, is het niet enkel belangrijk uit voldoende cellen te bestaan, maar het moeten ook de juiste cellen zijn. Tijdens de ontwikkeling van een embryo specialiseren cellen zich tot een specifieke soort, zoals bijvoorbeeld spiercellen. Dit proces heet differentiatie