Basistechnieken

​In biotechnologie worden een aantal standaardtechnieken zeer veel toegepast. Ze kunnen ingezet worden voor alle types onderzoek en toepassingen. Of het nu gaat om werken met planten, dieren, schimmels of bacteriën, de basistechnieken zullen nagenoeg dezelfde blijven. 
 

DNA isoleren

DNA isoleren uit cellen is de eerste stap in heel wat moleculair biologisch onderzoek.
De genetische code lezen, genen opsporen, DNA van planten of bacteriën
wijzigen,...: alles begint met een DNA-isolatie. Je kan DNA isoleren uit bacteriën,
maar net zo goed uit een doodgewone kiwi, banaan of tomaat.  

DNA-Electroforese

DNA-fragmenten kan je zichtbaar maken met DNA-electroforese. Deze techniek laat het ook toe om DNA-fragmenten op basis van grootte van elkaar te onderscheiden.

PCR

In 1980 bedacht een wetenschapper uit California (Carry Mullis) een manier om DNA te kopiëren in een testbuisje: de PCR-techniek (polymerase chain reaction of polymerase kettingreactie).  Hij baseerde zich op hoe onze cellen te werk gaan.  Met deze techniek wordt het mogelijk een grote hoeveelheid van een klein stukje DNA aan te maken. De PCR-techniek heeft een ware revolutie ontketend in biotechnologische laboratoria en wordt vandaag op grote schaal in labo’s toegepast.   

Sequentie-analyse

Alle erfelijke informatie staat uitgeschreven in het DNA. Om die informatie te ontcijferen, moeten we het DNA dus kunnen lezen. Dit wil zeggen de sequentie (opeenvolging) van de nucleotiden in een bepaald stuk DNA bepalen. De sequentie van de nucleotiden bevat immers alle genetische informatie van een organisme.
 
Men ontcijfert van steeds meer organismen de sequentie van het volledige genoom (het geheel van erfelijke informatie van een organisme). Zo wil men meer kennis verwerven over de opbouw en het functioneren van organismen.
 
Een andere toepassing is het opsporen van ziekteverwekkende bacteriën. De DNA-sequentie is soms de enige uitweg om deze bacteriën te onderscheiden van hun onschadelijke soortgenoten.

Knippen en plakken

De genetische informatie van een organisme kan gewijzigd worden, door er een of meerdere genen (de stukjes DNA die voor een bepaalde eigenschap coderen) aan toe te voegen of te wijzigen.


Er kan met behulp van bepaalde enzymen (soort eiwitten) worden geknipt in de DNA-streng, en met andere enzymen kan de DNA-streng weer worden aaneengekleefd.



Omdat mensen, dieren en planten hetzelfde soort DNA bevatten, kun je genen van het ene organisme binnensmokkelen in het andere.
 
 
 

Microroostertechniek

Al de cellen in ons lichaam bevatten exact hetzelfde DNA. Afhankelijk van in welke cel het DNA zich bevindt, zijn andere genen actief. Waar en wanneer een gen tot expressie komt, is bepalend voor veel biologische functies.  Een verandering in deze genexpressiepatronen kan dan ook verregaande effecten hebben op deze functies.  Met de microroostertechniek (micro array) kan je op een efficiënte manier nagaan in welke weefsels of in welke ontwikkelingsstadia bepaalde genen tot expressie komen.

ELISA

ELISA (Enzyme-Linked Immuno Sorbent Assay) is een laboratoriumtest om de aanwezigheid van bepaalde stoffen in bijvoorbeeld bloed te detecteren. ELISA wordt ondermeer ingezet om via het bloed na te gaan of iemand al dan niet besmet is met een ziekteverwekker. Maar ook een zwangerschapstest maakt gebruik van ELISA, hier wordt het zwangerschapshormoon opgespoord in de urine van een vrouw. ELISA is gebaseerd op de specifieke binding tussen antigen en antistof. 
 

 Educatief

 
 

 Nieuws