66. Griep, de kameleon onder de virussen
Algemene info Het griep- of influenzavirus infecteert jaarlijks 10 procent van de wereldbevolking. In de meeste gevallen blijven de symptomen beperkt tot koorts, spier- en keelpijn en moet men een paar dagen het bed houden. Voor bejaarde mensen, hartpatiënten en mensen met verminderde immuniteit is griep levensbedreigend. Toch herstellen de meeste mensen van griep doordat het immuunsysteem het uiteindelijk haalt van het virus. Die immuniteit blijft levenslang bewaard. Waarom keert het virus dan telkens terug? Waarom wordt zoveel aandacht besteed aan vogels (kippen, eenden) die besmet worden met het griepvirus? Is dit hetzelfde griepvirus als dat bij de mens? Welke middelen hebben we tegen de griep? Hoe wordt een griepvaccin gemaakt? Waarom is onderzoek naar andere vaccins nodig? De bedoeling van dit project is om niet alleen antwoorden te geven op deze vragen maar ook om te begrijpen hoe men door proeven in het laboratorium tot deze antwoorden is gekomen. Een aantal proeven voeren de leerlingen onder begeleiding zelf uit.
In de onderzoekseenheid voor Moleculaire Virologie van het Departement voor Moleculair Biomedisch Onderzoek (UGent-VIB) wordt gesleuteld aan nieuwe vaccins om het griepvirus af te weren en wordt onderzocht hoe het virus omgaat met de gastheercel. In dit project maken de leerlingen van nabij kennis met het virus.
Omschrijving Praktische proeven worden uiteraard met geïnactiveerd virus uitgevoerd. Hiertoe behoort een hemagglutinatietest. Deze techniek laat toe om heel precies de hoeveelheid virus in een staal te bepalen. De test maakt namelijk gebruik van de eigenschap van een oppervlakte eiwit van het virus: het hemagglutinine. Dit eiwit herkent en bindt suikers op het oppervlak van de epitheelcellen van de bovenste luchtwegen. Deze herkenning laat het virus toe om binnen te dringen in de cel. Door gebruik te maken van rode bloedcellen, die eveneens de vereiste suiker aan hun oppervlak dragen, kunnen we de virushoeveelheid bepalen. Sommige antistoffen zijn in staat om deze activiteit (dus infectiviteit) van het virus te blokkeren. Deze inhibitie wordt eveneens door de leerlingen uitgevoerd. Wanneer het griepvirus een cel besmet wordt deze cel in zeer korte tijd een fabriekje voor de aanmaak van nieuw virus. Met fluorescent gemerkte antistoffen en een geschikte microscoop kunnen we de virale eiwitten in de geïnfecteerde cel volgen en hun rol in de infectiecyclus beter begrijpen. Tenslotte zijn we ook in staat om de cel voor een infectie tijdelijk genetisch te veranderen. Hierbij is de vraag of het ingebrachte gen een voordeel voor het virus of voor de cel biedt. De leerlingen brengen een gen binnen in een cel en gaan na hoe efficiënt dit gebeurt.
Begeleiders Xavier Saelens, Michael Schotsaert, Wouter Martens
Plaats VIB-dept. voor Moleculair Biomedisch Onderzoek UGent-VIB-Onderzoeksgebouw FSVM Technologiepark 927 9052 Zwijnaarde
|