2. Op zoek naar de genetische achtergrond van belangrijke planteneigenschappen!
Algemene info Raaigras is bij ons de belangrijkste soort voedergras voor koeien. Die nemen het op in een weide onder de vorm van vers gras, maar het kan ook gemaaid, gedroogd en ingekuild worden om dan later vervoederd te worden aan runderen op stal.
Een belangrijke ziekte die bij raaigrassen voorkomt is kroonroest. Deze ziekte wordt veroorzaakt door een schimmel (Puccinia coronata). Het belangrijkste symptoom van kroonroest is het verschijnen van roestkleurige vlekken op de bladeren, waardoor de voederkwaliteit en de smakelijkheid van het gras sterk daalt.
Bij de creatie van nieuwe raaigrascultivars (rassen) is kroonroestresistentie een belangrijk selectiecriterium. Om gericht te kunnen selecteren naar kroonroestresistente cultivars, is het nodig om voldoende informatie te hebben over de overerving van deze eigenschap : bv. welke genen zijn belangrijk voor resistentie, hoe worden ze overgedragen naar de nakomelingen, op welk chromosoom liggen ze, …
In dit project zal je zien hoe we de overerving van kroonroestresistentie bestuderen. In een specifieke kruising tussen een vatbare en resistente plant, wordt nagegaan welke nakomelingen kroonroestresistent zijn en welke niet Dit gebeurt aan de hand van een kunstmatige infectieproef met de schimmel Puccinia coronata. Daarna maken we fingerprints (barcodes) van de ouderplanten, de resistente en de vatbare nakomelingen m.b.v. DNA merkers. Deze gegevens zullen ons toelaten de genetische basis van kroonroestresistentie te analyseren zoals het bepalen van het aantal genen betrokken bij kroonroestresistentie en het bepalen van het chromosoom waar deze genen gelegen zijn.
Deze informatie is nuttig voor de veredelaar in het veredelingsprogramma. Hij kan naar deze genen, belangrijk voor kroonroestresistentie, heel gericht selecteren.
Omschrijving Het onderzoek dat loopt aan het departement voor plantengenetica en -veredeling spitst zicht onder andere toe op het optimaliseren van plantenveredelingsprocessen. De creatie van nieuwe rassen is een werk van lange adem. Er verlopen doorgaans meer dan 10 tot 15 jaar tussen het begin van de selectie en de uiteindelijke commercialisering. De rassen waarvoor vandaag de eerste onderzoeken gedaan worden, zijn pas in 2016 terug te vinden in de winkel.
Om gerichter en sneller te selecteren doet ons centrum gedetailleerde studies om bepaalde processen en eigenschappen in planten beter te begrijpen en de kennis hierover te benutten in de veredeling. Hiervoor maken we gebruik van moleculaire technieken zoals DNA-merkers. Ziekteresistentie is één van de belangrijkste aspecten die we aan de hand van DNA-merkers bestuderen. Het gebruik van ziekteresistente rassen in de landbouw leidt immers tot een duurzamere landbouw. De voordelen bevinden zich op het niveau van de boer, die minder spuitmiddelen zal moeten gebruiken en op niveau van het milieu (minder spuitmiddelen betekent minder vervuiling van de bodem en het water).
Omschrijving In dit project zal je zelf de overerving van een planteneigenschap in detail kunnen analyseren aan de hand van DNA-merkers.
Begeleider Hilde Muylle

Hilde Muylle behaalde in 1995 het diploma bio-ingenieur in de cel- en genbiotechnologie aan de Universiteit van Gent. Daarna studeerde ze aan de University of London waar ze een MSc in Plant biotechnology behaalde. Na 2 jaren aan de universiteit van Gembloux gewerkt te hebben, werd ze werknemer aan het Departement voor Plantengenetica en –veredeling (CLO-Gent) in de afdeling planten-biotechnologie. Daar verricht ze moleculair onderzoek naar kroonroestresistentie in Lolium spp., waarover ze in 2003 een doctoraat aflegde. Momenteel is ze werkzaam in het team dat veredelingsonderzoek doet in Lolium en is het haar taak biotechnologie te implementeren in de grassenveredeling.
Plaats Dept. Plantengenetica en -veredeling Centrum Landbouwkundig Onderzoek (CLO) Caritasstraat 21 9090 Melle
|