Gewijzigde populieren
Populieren zijn een interessante bron voor bio-ethanol. Ze groeien snel, hebben nauwelijks of geen bemesting nodig en groeien op natte gronden die niet geschikt zijn voor landbouw. En omdat ze evenveel CO2 uit de lucht halen als ze nadien bij verbranding opleveren, zijn ze een duurzame bron voor biobrandstof (lees ook in Hout als duurzame bron voor biobrandstof (pdf - 2,3 Mb)).
Het probleem: lignine
Het nadeel van alle hout, ook populierenhout, is dat de omzetting naar ethanol een laag rendement heeft, beduidend lager dan bij maïs of andere voedselgewassen.
De productie van bio-ethanol is goed te vergelijken met die van bier: je begint met plantaardig materiaal dat suiker-polymeren bevat (zetmeel uit gerst, cellulose uit populier). Dat materiaal breek je af tot eenvoudige suikers. Dan voeg je gist toe die de suiker omzet in alcohol.
Het probleem zit in de tweede stap: het cellulose laat zich slechts moeizaam en gedeeltelijk afbreken tot suikers. Dat komt doordat de cellulosevezels in hout aan elkaar gekleefd zijn met een soort cement, lignine. En dat hindert de afbraak van het cellulose.
De oplossing via biotechnologie
Met de technieken van de moderne biologie kun je bomen maken die minder lignine bevatten, maar verder nog steeds perfect gezond zijn. Bij de gewijzigde populieren van VIB is daartoe één van de radertjes van de biologische machinerie die lignine aanmaakt, gedeeltijk geblokkeerd. Proeven met in het lab gekweekte boompjes leverden tot 50% meer ethanol op.
De lange weg
Het kostte de onderzoekers bij VIB een decennium aan onderzoek om tot dit resultaat te komen. Eerst moesten de onderzoekers ontrafelen hoe het proces in planten verloopt, en welke stoffen daar allemaal bij betrokken zijn. Vervolgens moesten ze de genen voor die stoffen vinden, en ze wijzigen. Om na te kunnen gaan welke boompjes de wijziging hadden opgenomen gebruikten ze een merkergen. Waarna ze moesten uitzoeken wat de gevolgen - ook de eventuele onbedoelde - van die wijziging waren. Eerst in reageerbuisjes, dan bij planten in de serre. Hierbij ging veel aandacht uit naar de veiligheid en werd de wetgeving uiteraard strikt gevolgd.
Tot zover is het onderzoek op dit ogenblik. De volgende stap in het onderzoek moeten veldproeven zijn, eerst klein en ingeperkt, dan grootschaliger. Daarbij wordt nagegaan of de voorspellingen uit lab en serre ook opgaan als de planten blootstaan aan weer en wind, insecten en de andere invloeden van buiten.
Als blijkt dat de planten aan de verwachtingen voldoen, komt de laatste stap: verschillende rassen gewijzigde populieren onderling vergelijken, om te weten te komen wat de meest geschikte productieboom is. Waarna we, als alles goed gaat, kunnen gaan rijden op populieren. (lees ook: De toekomst: rijden op populieren (pdf - 5 Mb))
Tegenwerking
Net nu het onderzoek dicht bij bruikbare resultaten komt, werd het echter geblokkeerd door de federale ministers van Volksgezondheid en Klimaat & Energie.